Reglementen

Onderwijs en Examenreglementen (OER)

De OER is de onderwijs en examenregeling van een opleiding en bevat adequate en heldere informatie over de opleiding en vormt daarmee het basisdocument voor student en docent.

In de OER komen onder andere de volgende onderwerpen aan de orde:

  • De inhoud van de opleiding en de daaraan verbonden examens, het aantal en de volgtijdelijkheid van de tentamens alsmede de momenten waarop deze afgelegd kunnen worden
  • De wijze waarop de tentamens worden afgenomen (mondeling, schriftelijk of op andere wijze)
  • De geldigheidsduur van met goed gevolg afgelegde examenonderdelen
  • Het recht op inzage en nabespreking

De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek maakt onderscheid tussen onderwijs- en examenregelingen en regels en richtlijnen van de examencommissie. In de regels en richtlijnen van de examencommissie (examenreglement) worden onder andere de volgende onderwerpen geregeld:

  • Samenstelling examencommissie
  • Werkwijze examencommissie
  • Taken examencommissie
  • Nadere regels in verband met de borging van kwaliteit van tentamens en examens
  • Gang van zaken tijdens de tentamens, waaronder regels die betrekking hebben op maatregelen bij frauduleus handelen van de examinandus
  • Richtlijnen en aanwijzingen voor tentamens en examens
  • Compensatieregeling/bonusregeling
  • Afstudeerregeling

Tentamenregels

Voor de formele regels en meer informatie over fraude en de bijbehorende maatregelen tijdens tentamens verwijzen we jullie graag naar centrale pagina over Toetsen en beoordelen en in het bijzonder naar deze bijlage bij het reglement. Hieronder volgt een beknopt overzicht van de belangrijkste regels:

  1. Er wordt gesproken over fraude wanneer je het als student zijnde de examinator onmogelijk maakt een oordeel te vellen over de door jou opgedane kennis.
  2. Er is onder meer sprake van fraude als de student:
    • identiteitsfraude pleegt, zoals:
      • actief meewerkt aan het verstrekken van eigen werk aan anderen dat door die anderen ter beoordeling zou kunnen worden ingeleverd als eigen werk
      • wanneer een student niet haar eigen clicker of meer dan één clicker tegelijkertijd tijdens een tentamen/eindtoets gebruikt
      • gebruik van andermans identificatie
      • uitlenen van eigen identificatie
    • ongeoorloofde bronnen en/of hulpmiddelen tijdens een tentamen, zoals internet, mobiele telefoons of enig andere mediadragende devices, in ieder geval ter beschikking heeft. 

Tijdens het maken van schriftelijke tentamens of het afnemen van mondelinge tentamens wordt onder (poging tot) fraude in ieder geval verstaan:

  • mobiele telefoon of enige andere media dragende devices liggen op tafel of zijn opgeborgen in de kleding
  • (poging tot) gebruik van ongeoorloofde bronnen en hulpmiddelen, zoals internet, mobiele telefoon e.d.
  • ander papier voor handen hebben dan door de TU/e voor die toets is verstrekt, tenzij anders aangegeven
  • toiletbezoek (of naar buiten lopen) zonder toestemming of begeleiding
  • spieken (op welke manier dan ook)

Bekijk ook deze tentamenaanwijzingen eens.

Bindend Studie Advies (BSA)

Bindend Studie Advies (BSA)

Alle studenten die op of na 1 september voor de eerste keer start in de propedeutische fase van de opleiding Werktuigbouwkunde ontvangen een bindend studieadvies (OER artikel 7.5). Na afloop van de tentamenperiode van het tweede kwartiel wordt een schriftelijk pre-advies afgegeven. Het schriftelijk definitief bindend studieadvies volgt aan het einde van het eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase. Studenten die zijn uitgeschreven voor 1 maart ontvangen geen BSA.

De student krijgt een positief studieadvies wanneer ten minste 45 sp uit de propedeutische fase van de opleiding zijn behaald en daarnaast moet voldaan zijn aan de eisen van het 'BSA mandje'. Voor switchers en spijtoptanten wordt mogelijk een aangepast BSA opgesteld door de examencommissie. 

BSA mandje:
De faculteit W heeft als aanvullende eis voor een positief BSA dan van de 45 sp uit de propopeutische fase 10 studiepunten gehaald dienen te zijn uit de volgende vier onderwijsonderdelen (OER artiekel 7.5.5.aa)

4RA00 Mechanica
4RA10 Introduction transport phenomena
4DA00 Dynamica
4MA00 Structuur en eigenschappen van materialen

Aangepaste bsa-norm:
De examencommissie kan een aangepaste bsa-norm van 40 sp vaststellen wanneer een onderwijseenheid (waarvan in het lopend academisch jaar geen herkansing meer mogelijk is) met een onvoldoende is afgerond, terwijl de eindtoets met een voldoende (6.0 of hoger) is beoordeeld. 

Een negatief studieadvies wordt versterkt als niet aan het bovenstaande voldaan is.