Natuurwetenschappen

Basisvak natuurwetenschappen: Toegepaste Natuurwetenschappen

Als technisch ingenieur moet je in staat zijn om op gefundeerde wijze een verklaring te kunnen geven voor verschijnselen van algemeen fysische aard. Hierbij kun je denken aan vragen die ook tijdens de Nationale Wetenschapsquiz gesteld zouden kunnen worden, zoals:

  • Waarom val ik niet uit mijn stoel in een achtbaan?
  • Waarom zijn de bladeren aan bomen groen?
  • Waarom kleurt de zon rood bij ondergang en is de lucht blauw?
  • Waarom stijgt de zeespiegel niet als een ijsberg smelt?

Het basisvak toegepaste natuurwetenschappen geeft jou als toekomstig ingenieur de basis om op zowel conceptuele als meer fundamentele wijze een verklaring te kunnen geven voor deze dagelijkse verschijnselen. Daarnaast leer je de opgedane kennis toepassen in het ontwerp van producten of in de analyse van de wereld om ons heen.

Drie varianten

Er is voor gekozen om het vak toegepaste natuurwetenschappen in drie varianten aan te bieden. Dit om tegemoet te komen aan het verschil in abstractieniveau van de vraagstukken voor de studenten van de verschillende faculteiten. De eerste variant (3NCB0) legt de focus op concepten uit de golf- en stromingsleer. Deze zijn voor sommige faculteiten van groot belang. De concepten die worden behandeld in de andere twee varianten zijn voor beide varianten gelijk. In de uitwerking zullen de verschillen tot uiting komen. Zo zal in de conceptuele variant (3NAB0) vooral het belang van de verschillende concepten, aan de hand van praktijkvoorbeelden, verder worden toegelicht (‘verbreding’). Bij de fundamentele variant (3NBB0) worden de concepten op formele wijze verder uitgewerkt (‘verdieping’). Dit om zo een grotere mate van abstractie te bereiken.