Wiskunde

Basisvak Wiskunde: Calculus

Wiskunde wordt in bijna alle vakgebieden gebruikt. Het is immers de taal van de technische wetenschappen. Je kunt er verschijnselen mee beschrijven én het is een gereedschap waarmee je technisch wetenschappelijke problemen kunt oplossen. Denk bijvoorbeeld aan:

  1. Goniometrische functies die worden gebruikt om (geluids)golven te beschrijven
  2. Het berekenen van het volume van een tumor met behulp van een MRI-scan
  3. Het efficiënt produceren en plannen

Indien een wiskundige formulering van het probleem mogelijk is, kun je wiskundige gereedschappen gebruiken om het probleem op te lossen, zoals met:

  1. Differentiëren  om een optimale instelling van parameters te vinden bij bijvoorbeeld een productieproces of een regelsysteem
  2. Afgeleiden van functies om snelheid en versnelling van objecten uit te rekenen
  3. Integraalrekening om een zwaartepunt te bepalen
  4. Differentiaalvergelijkingen voor een beschrijving van groeimodellen of bij massa-veer systemen

Meteen in het eerste kwartiel

Bij alle opleidingen op de TU/e heb je een aantal wiskundige basisgereedschappen nodig. Daarom vind je het basisvak wiskunde ook meteen in het eerste kwartiel. Het vak is voor een deel herhaling van je middelbare schoolkennis. Vervolgens bouwen wij hier op voort en leer je de kennis toe te passen. De onderwerpen die aan bod komen zijn:

  • Rekenvaardigheden en functies
  • Limieten
  • Differentiëren
  • Integreren
  • Differentiaalvergelijkingen (eerste orde)
  • Eenvoudige vectorrekening in het vlak en de ruimte

Twee varianten

In sommige disciplines is er meer formele kennis van de wiskunde nodig om deze toe te kunnen passen. Ook is een hoger abstractievermogen vereist.