Rechtsbescherming

Als student heb je rechten en plichten. Een student kan rechten afdwingen met behulp van bezwaar- en beroepsprocedures. In dit hoofdstuk staat beschreven waartegen een student bezwaar of beroep kan aantekenen en bij wie hij dat kan doen. Ook is er de mogelijkheid om klachten in te dienen.

7.1 De faciliteit

Met de inwerkingtreding van de wet Versterking Besturing per 1 september 2010 is de  universiteit verplicht om één faciliteit in te richten waar studenten terecht kunnen met geschillen en klachten. Deze faciliteit is ondergebracht bij het ESA. Hier kunnen studenten aan de balie, schriftelijk of digitaal geschillen en klachten aanhangig maken. Geschillen kunnen worden onderverdeeld in beroepen en bezwaren. De faciliteit beoordeelt of er sprake is van een klacht, een beroep of een bezwaar. 

De faciliteit zorgt ervoor dat de klacht of het geschil, nadat de datum van ontvangst daarop is aangetekend, ter verdere behandeling wordt doorgeleid. De faciliteit stuurt de student een ontvangstbevestiging. Wanneer een geschil of een klacht rechtstreeks naar een orgaan van de instelling wordt gezonden, zendt het orgaan dit stuk ter registratie aan de faciliteit voordat  met de behandeling van het geschil wordt gestart. Wanneer de faciliteit een klacht of geschil aan een onbevoegd orgaan heeft gezonden, zendt dit orgaan het desbetreffende stuk zo spoedig mogelijk terug naar de faciliteit.

Een beroep wordt behandeld door het College van Beroep voor de Examens (CBE). In het kader van de afhandeling van een bezwaar geeft de geschillenadviescommissie (GAC) advies aan het orgaan dat de beslissing heeft genomen. Dit is meestal het College van Bestuur of het faculteitsbestuur. Geschillen dienen binnen zes weken na dagtekening van het besluit bij de faciliteit te zijn ingediend.

Klachten kunnen worden aangemeld bij ESA. Mondelinge klachten worden in behandeling genomen nadat de student (al dan niet met behulp van de studentenadviseur of studieadviseur) het digitaal beschikbaar gestelde formulier heeft ingevuld en ingediend. De bij ESA ondergebrachte klachtenfunctionaris geleidt de klacht door naar de faculteit of de dienst waar diegene werkt waarop de klacht betrekking heeft. De klachtenfunctionaris monitort de voortgang van de afhandeling van de klacht.

Voor de beantwoording van de vraag of een klacht of geschil tijdig is ontvangen is het moment van ontvangst van de klacht dan wel het geschil door de faciliteit leidend.De faciliteit brengt jaarlijks verslag uit van de wijze waarop de klachten en geschillen zijn afgehandeld.

Hieronder wordt de afhandeling van geschillen en klachten beschreven, nadat het geschil of de klacht door ESA is doorgeleid naar de behandelende instantie dan wel behandelende functionaris. Waar in het vervolg van dit hoofdstuk over studenten wordt gesproken worden daaronder ook extraneï verstaan.

7.2 Geschillen

Zoals hiervoor reeds aangegeven kunnen geschillen worden onderverdeeld in beroepen en bezwaren. Beroepen worden afgehandeld door het CBE en bezwaren worden afgehandeld door het bevoegde orgaan. Het bevoegde orgaan wordt geadviseerd door de ingestelde Geschillenadviescommissie.

7.2.1 Beroepen

Een student kan, indien hij het niet eens is met een individuele beslissing, bij de faciliteit beroep instellen tegen:

  • beslissingen van examencommissies en examinatoren;
  • het negatief bindend studieadvies;
  • beslissingen betreffende toelating tot de examens, b.v. een beslissing van een colloquium doctum commissie;
  • beslissingen inzake vaststelling van het aantal behaalde studiepunten met het oog op de tempobeurs en de prestatiebeurs;
  • beslissingen van een commissie inzake de toetsing van de geschiktheid voor het onderwijs en de beheersing van de Nederlandse taal;
  • beslissingen genomen met het oog op de toelating tot het aanvullend onderzoek;
  • beslissing inzake de omvang van vrijstellingen;
  • beslissing met betrekking tot de toegang tot een of meer aan te geven afstudeerrichtingen, indien de aard en de inhoud van de verschillende afstudeerrichtingen van de opleiding zodanig verschillen dat toepassing van deze bevoegdheid gerechtvaardigd is.

Er kan ook beroep worden ingesteld:

  • tegen de schriftelijke weigering om een beslissing te nemen; 
  • wanneer niet tijdig een beslissing wordt genomen.

De faciliteit geleidt het beroep zo spoedig mogelijk door naar het CBE voor verdere behandeling. Tegen een besluit van het CBE is beroep mogelijk bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) te Den Haag. 

7.2.2 Procedure bij College van beroep voor de examens 

In beroep

Bij het CBE wordt een beroep behandeld. Een zaak wordt aanhangig gemaakt door een beroepschrift in te dienen bij de faciliteit van ESA binnen 6 weken nadat de beslissing op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. Van deze termijn wordt alleen afgeweken indien betrokkene kan aantonen dat eerdere indiening redelijkerwijs niet mogelijk was. Degene die in beroep gaat wordt appellant genoemd. Voor het indienen van een beroepschrift is geen griffierecht verschuldigd. Het beroepschrift dient ondertekend te zijn en ten minste te bevatten:

  • naam en adres van de indiener (appellant);
  • dagtekening;
  • een omschrijving van het besluit waartegen het beroep is gericht;
  • de gronden van het beroep.

Indien het beroepschrift niet voldoet aan deze eisen kan het beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.

Minnelijke schikking

Alvorens het beroep in behandeling te nemen zendt het CBE het beroepschrift aan de instantie (meestal de examencommissie) die de beslissing heeft genomen, dan wel geweigerd heeft deze te nemen. Deze moet in overleg met de betrokken student bekijken of er een minnelijke schikking mogelijk is. Dit moet gebeuren binnen drie weken na ontvangst van het beroep bij de faciliteit. In geval het beroep is gericht tegen een beslissing van een examinator, die lid is van de examencommissie, neemt deze examinator geen deel aan de beraadslaging of een minnelijke schikking tot de mogelijkheden behoort. 

Binnen drie weken wordt de uitkomst van het beraad medegedeeld aan het CBE. Is een schikking niet mogelijk gebleken, dan wordt het beroepschrift in behandeling genomen en wordt de desbetreffende instantie verzocht een verweerschrift in te dienen. Een verweerschrift is een reactie op het beroepschrift van de student.

Verdere behandeling

De hoorzitting

Voordat het CBE op het beroep beslist, stelt het partijen in de gelegenheid ter zitting te worden gehoord. De behandeling ter zitting is in beginsel openbaar. Tijdens de zitting worden beide partijen in de gelegenheid gesteld om hun standpunt nader uiteen te zetten. Elk der partijen kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of zich laten bijstaan door een raadsman/-vrouw. Dit kan bijvoorbeeld een advocaat zijn, maar ook een familielid. Voorts kunnen partijen getuigen en deskundigen ter zitting meebrengen.

Tot tien dagen voor de hoorzitting kunnen partijen nadere stukken indienen. Alle op het beroepschrift betrekking hebbende stukken liggen ten minste een week voorafgaand aan de hoorzitting voor de partijen ter inzage bij de secretaris van het CBE. In geval geheimhouding wegens gewichtige redenen is geboden, kan het CBE het ter inzage leggen achterwege laten.

Vereenvoudigde behandeling

Bij de behandeling van het beroepschrift kan het CBE van het horen van belanghebbenden in een hoorzitting afzien indien:

  • het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, of;
  • het beroep kennelijk ongegrond is, of;
  • de partijen verklaren geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

De voorlopige voorziening

In spoedeisende gevallen kan een student in afwachting van een uitspraak in de hoofdzaak aan de voorzitter van het CBE een voorlopige voorziening vragen. Dit verzoek moet schriftelijk en beargumenteerd worden ingediend. Er moet sprake zijn van een direct aantoonbaar belang dat vraagt om een spoedvoorziening. De voorzitter neemt een beslissing, nadat de desbetreffende instantie of examinator is gehoord, althans is opgeroepen.

De uitspraak

Het CBE beslist binnen tien weken gerekend vanaf de dag nadat de termijn voor het indienen van het beroepschrift is afgelopen.

De uitspraak kan als volgt luiden:

  • het CBE kan oordelen dat het beroep gegrond is: de beslissing wordt geheel of gedeeltelijk vernietigd. Het CBE kan bepalen dat opnieuw, of in geval van een weigering alsnog, beslist wordt, dan wel dat het tentamen, examen, aanvullend onderzoek of toelatingsonderzoek of enig onderdeel daarvan opnieuw wordt afgenomen. Dit alles binnen een door het CBE vastgestelde termijn en eveneens onder door het CBE te stellen voorwaarden;
  • het CBE kan oordelen dat het beroep ongegrond is: de beslissing blijft in stand of de weigering om een beslissing te nemen blijft gehandhaafd;
  • het beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, dit betekent dat het beroep niet in behandeling wordt genomen: het CBE komt aan een inhoudelijke beoordeling niet toe, b.v. ingeval van termijnoverschrijding.

De uitspraak wordt aan alle partijen toegezonden. Tegen de uitspraken van het CBE is binnen zes weken beroep mogelijk bij het CBHO. Zie over die instantie paragraaf 7.3.

7.2.3 Bezwaren

Wanneer een student het niet eens is met een ten aanzien van hem door een orgaan van de TU/e genomen beslissing, dan kan hij dit schriftelijk of digitaal melden bij de facilteit van ESA. De faciliteit draagt er zorg voor dat het bezwaar zo spoedig mogelijk wordt doorgeleid naar het orgaan dat de beslissing heeft genomen. Dit orgaan is verplicht over de afhandeling van het bezwaar advies te vragen aan de Geschillenadviescommissie. Het bezwaar leidt vervolgens tot een heroverweging met betrekking tot het genomen besluit. De heroverweging heet ‘de beslissing op bezwaar’. 

Is de student het vervolgens met de na heroverweging genomen beslissing van het CvB niet eens dan kan hij beroep instellen bij het CBHO. In de beslissing op bezwaar staat vermeld dat binnen zes weken beroep kan worden ingesteld bij het CBHO. Zie over die instantie paragraaf 7.3.

7.2.4 Procedure bezwaarschrift 

Bezwaarschrift

Een betrokkene kan bezwaar maken door het indienen van een bezwaarschrift bij de faciliteit van ESA binnen zes weken nadat de beslissing op de voorgeschreven wijze is bekend gemaakt. Voor het indienen van een bezwaarschrift is geen griffierecht verschuldigd.  Het bezwaarschrift moet aan dezelfde eisen voldoen als een beroepschrift. Zie hierover paragraaf 7.2.2.1. van dit hoofdstuk.

Minnelijke schikking

De geschillenadviescommissie gaat na of een minnelijke schikking tussen partijen mogelijk is. Dit kan voor of tijdens de hoorzitting plaatsvinden.

Onverwijlde spoed

Wanneer er sprake is van onverwijlde spoed kan de voorzitter van de geschillenadviescommissie desgevraagd bepalen dat de geschillenadviescommissie zo spoedig mogelijk advies uitbrengt aan het college van bestuur/faculteitsbestuur. De voorzitter bepaalt binnen één week na ontvangst van het bezwaar of sprake is van onverwijlde spoed en brengt betrokkene en het instellingsbestuur hiervan zo spoedig mogelijk op de hoogte. Het bestuur neemt dan binnen vier weken na ontvangst van het bezwaar door de faciliteit een beslissing.

Behandeling van het bezwaarschrift

De hoorzitting

Voordat een bestuursorgaan op het bezwaar beslist, stelt het partijen in de gelegenheid te worden gehoord. Dit gebeurt door de geschillenadviescommissie. Tijdens de zitting van de geschillenadviescommissie worden beide partijen in de gelegenheid gesteld om hun standpunt nader uiteen te zetten. Elk der partijen kan zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde of zich laten bijstaan door een raadsman/-vrouw. Voorts kunnen zij getuigen en deskundigen ter zitting meebrengen. Tot tien dagen voor de hoorzitting kunnen partijen nadere stukken indienen. Alle op het bezwaarschrift betrekking hebbende stukken liggen ten minste een week voorafgaand aan de hoorzitting voor de partijen ter inzage. In geval geheimhouding wegens gewichtige redenen is geboden, kan het ter inzage leggen achterwege worden gelaten.

Vereenvoudigde behandeling

Bij de behandeling van het bezwaarschrift kan van het horen van belanghebbenden in een hoorzitting worden afgezien indien:

  • het bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk is, of;
  • het bezwaar kennelijk ongegrond is, of;
  • de partijen verklaren geen gebruik te willen maken van het recht te worden gehoord.

De beslissing op bezwaar

Het bevoegde bestuursorgaan beslist binnen 10 weken na ontvangst van het bezwaarschrift. Indien het bezwaar ontvankelijk is, vindt op grondslag daarvan een heroverweging van de bestreden beslissing plaats. Voor zover de heroverweging daartoe aanleiding geeft, herroept het bestuursorgaan de bestreden beslissing en neemt het voor zover nodig in plaats daarvan een nieuwe beslissing. 

De beslissing op bezwaar wordt aan alle partijen toegezonden.Tegen de uitspraak van het bestuursorgaan is beroep mogelijk bij het CBHO. Deze beroepsprocedure bij het CBHO wordt hieronder in paragraaf 7.3 nader uitgewerkt.

7.3 College van Beroep voor het Hoger Onderwijs

Het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs (CBHO) is een landelijk college dat gevestigd is in Den Haag. Bij het CBHO kan een student beroep instellen tegen beslissingen door of namens het CvB inzake beslissingen van orgaan van de TU/e die jegens hem op grond van deze wet en daarop gebaseerde regelingen is genomen.

Voorbeelden van onderwerpen zijn:

  • negatief bindend studieadvies;
  • beslissingen rondom de inschrijving en de tussentijdse beëindiging van de inschrijving;
  • voldoening, vrijstelling, vermindering of terugbetaling van collegegeld;
  • financiële ondersteuning op basis van het profileringsfonds;
  • het nemen van een maatregel tot ontzegging van de toegang tot gebouwen en terreinen van de universiteit.

Er kan ook hoger beroep worden ingesteld:

  • tegen de schriftelijke weigering om een beslissing te nemen;
  • wanneer niet tijdig een beslissing wordt genomen.

Voordat een student beroep kan instellen bij het CBHO dient hij eerst een geschil bij de faciliteit van ESA te hebben ingediend.

7.4 Procedure bij College van beroep voor het Hoger Onderwijs

7.4.1 Beroepschrift 

Wanneer men het niet eens is met de uitspraak van een bestuursorgaan op een bezwaarschrift tegen een van de beslissingen zoals genoemd in paragraaf 7.1.1.b van dit hoofdstuk, kan betrokkene tegen de uitspraak in beroep gaan bij het CBHO. Dit gebeurt door het indienen van een beroepschrift binnen 6 weken nadat het bestuursorgaan de uitspraak bekend heeft gemaakt. Het griffierecht voor het beroep bedraagt € 46,- (in 2017).

Behandeling van het beroepschrift

Het vooronderzoek

Een afschrift van het beroepschrift wordt gezonden aan het bestuursorgaan dat de bestreden beslissing heeft genomen. Het bestuursorgaan dient binnen vier weken de op de zaak betrekking hebbende stukken aan het CBHO te zenden; tevens wordt het in de gelegenheid gesteld een verweerschrift in te dienen.

Het CBHO kan de indiener van het beroepschrift in de gelegenheid stellen schriftelijk te repliceren (d.w.z. te antwoorden op het verweerschrift). In dat geval wordt het bestuursorgaan in de gelegenheid gesteld schriftelijk te dupliceren (d.w.z. te antwoorden op de repliek). Het CBHO stelt de termijnen voor repliek en dupliek vast. Het CBHO kan partijen oproepen om in persoon of bij gemachtigde te verschijnen om te worden gehoord. Het CBHO kan partijen en anderen verzoeken binnen een door haar te bepalen termijn schriftelijk inlichtingen te geven en onder hen berustende stukken in te zenden. Het CBHO kan getuigen oproepen, deskundigen en tolken benoemen, alsmede een onderzoek ter plaatse instellen.

Wanneer de zaak spoedeisend is, kan het CBHO bepalen dat de zaak versneld wordt behandeld. Het CBHO kan het onderzoek sluiten wanneer voortzetting van het onderzoek niet nodig is, omdat: 

  • het CBHO kennelijk onbevoegd is;
  • het beroep kennelijk niet ontvankelijk is;
  • het beroep kennelijk ongegrond is;
  • het beroep kennelijk gegrond is.

Tegen een dergelijke uitspraak is verzet mogelijk.

Het onderzoek ter zitting

Na afloop van het vooronderzoek worden partijen ten minste drie weken van tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van het CBHO te verschijnen. Tijdens de zitting worden partijen in de gelegenheid gesteld om hun standpunt nader toe te lichten en vragen van het CBHO te beantwoorden. Elk der partijen kan zich laten vertegenwoordigen. Partijen kunnen getuigen en deskundigen meebrengen, mits daarvan uiterlijk een week voor de zitting aan het CBHO en de andere partij mededeling is gedaan. De zitting is in beginsel openbaar. Tot tien dagen voor de zitting kunnen partijen nadere stukken indienen.

De uitspraak

Het CBHO doet uiterlijk binnen twaalf weken na sluiting van het onderzoek schriftelijk uitspraak. Ook kan het CBHO na sluiting van het onderzoek ter zitting onmiddellijk mondeling uitspraak doen. De uitspraak van het CBHO kan als volgt luiden:

  • het beroep is gegrond: het desbetreffende besluit wordt geheel of gedeeltelijk vernietigd. Ook kan het CBHO de gevolgen van de vernietiging regelen. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van de uitspraak van het CBHO. Soms wordt hiervoor een termijn gesteld in de uitspraak;
  • het beroep is ongegrond: het bestreden besluit blijft in stand;
  • het beroep is niet-ontvankelijk: dit betekent eveneens dat het beroep wordt afgewezen: het CBHO komt aan een inhoudelijke beoordeling niet toe;
  • het CBHO is onbevoegd.

De uitspraak wordt aan beide partijen toegezonden. Tegen de uitspraken van het CBHO is geen hoger beroep mogelijk. 

De voorlopige voorziening 

In spoedeisende gevallen kan appellant in afwachting van de uitspraak in de hoofdzaak aan de voorzitter van het CBHO een voorlopige voorziening vragen. Dit verzoek moet schriftelijk en beargumenteerd worden ingediend.

7.5 Klachten

Studenten kunnen klachten indienen over de handelingen of gedragingen van de instelling of de personen die onder haar verantwoordelijkheid vallen. Tegen deze handelingen is het niet mogelijk om bezwaar of beroep in te dienen. Algemene klachten over beleid/onderwijs of beleids-/ of onderwijsuitvoering worden niet in behandeling genomen. Bij ESA is met ingang van 1 september 2010 een klachtenfunctionaris ondergebracht. Deze functionaris is verantwoordelijk voor de doorgeleiding van de klachten en de monitoring daarvan. Hij zorgt ervoor dat de klacht terecht komt bij het juiste orgaan die de verantwoording draagt om de klacht af te handelen. Tevens houdt hij in de gaten dat de klachten binnen zes weken is afgehandeld. Collectief klachtrecht is niet mogelijk.

7.5.1 Klachtenregeling psychosociale arbeidsbelasting TU/e

In deze klachtenregeling, die behoort bij de door het CvB vastgestelde gedragscode psychosociale arbeidsbelasting  (=ongewenste omgangsvormen en werkdruk) (zie ook Hoofdstuk 8, par. 8.1 van dit Statuut) heeft de TU/e een uniforme procedure vastgelegd voor de afhandeling van klachten in verband met (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, pesten, discriminatie en werkdruk. Een student die met ongewenst gedrag wordt geconfronteerd, kan zich wenden tot een vertrouwenspersoon dan wel een klacht indienen bij de klachtencommissie psychosociale arbeidsbelasting. De vertrouwenspersoon fungeert als aanspreekpunt voor personen die met (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, pesten, discriminatie of werkdruk worden geconfronteerd en heeft o.m. tot taak die personen op te vangen, nazorg te verlenen, advies te geven over verder te zetten stappen e.d. De klachtencommissie psychosociale arbeidsbelasting is belast met het onderzoeken van een bij haar ingediende klacht en het uitbrengen van een schriftelijke rapportage daarover aan het CvB (of de verantwoordelijke beheerder), vergezeld van een advies over een te treffen maatregel of sanctie. Bij de behandeling van klachten in verband met ongewenst gedrag wordt uiteraard de privacy van betrokkenen gewaarborgd.

7.5.2 Behandeling van een klacht

Betrokkene kan een klacht indienen binnen één jaar nadat de gedraging of de handeling zich heeft voorgedaan. De klacht dient te worden ingediend bij de faciliteit van ESA. De klachtenfunctionaris geleidt de klacht door en monitort de afhandeling daarvan. Klachten worden niet in behandeling genomen wanneer reeds een klacht is ingediend en afgehandeld dan wel de mogelijkheid van bezwaar of beroep heeft opengestaan. Ook wanneer de klacht onderdeel is van een strafrechtelijk traject, wordt de klacht niet in behandeling genomen. Wanneer het belang van betrokkene dan wel het gewicht van de gedraging kennelijk onvoldoende is, hoeft het bestuursorgaan de klacht niet te behandelen.

De klachten worden behandeld volgens onderstaande tabel:

 

Tabel: Behandeling van een klacht (7.5.2)
Klacht heeft betrekking op gedragingen en handelingen van het bestuursorgaan:Behandeling door:
Faculteit/bachelor onderwijsOpleidingsdirecteur bachelorsopleiding
Faculteit/(post) graduate degree onderwijsDirecteur graduate program
DienstDirecteur van de dienst

Opleidingsdirecteur bacheloropleiding

Directeur graduate program

Decaan van de faculteit
Directeur van de dienstSecretaris van de universiteit

 

 

 

De klachten worden afgehandeld volgens hoofdstuk 9 van de Awb. Hoofdregel is dat de behandeling van een klacht wordt afgehandeld door een persoon die niet bij de gedraging waarop de klacht betrekking heeft, betrokken is geweest. Diegene over wie geklaagd wordt, ontvangt de klacht en de daarop betrekking hebbende stukken. Diegene die klaagt, wordt in de gelegenheid gesteld te worden gehoord. Van dit horen wordt een verslag gemaakt. Alleen wanneer de klacht kennelijk ongegrond is, dan wel de klager niet wenst te worden gehoord, kan hier van worden afgezien. De klacht wordt binnen zes weken afgehandeld, welke termijn met vier weken kan worden verlengd.

7.5.3 Het voortraject

Het verdient aanbeveling dat betrokkene alvorens een formele klacht in te dienen, zich eerst wendt tot de persoon op wie de klacht betrekking heeft of zich wendt tot de persoon die daar gezien zijn positie het meest voor in aanmerking komt. Dit om te bewerkstelligen dat een klacht voortvarend wordt opgepakt en wellicht al tot een oplossing kan worden gekomen, alvorens het formele traject wordt ingegaan.

7.5.4 Nationale Ombudsman

In geval een student een klacht heeft over gedragingen van bestuursorganen of een medewerker van de TU/e, kan hij zich met deze klacht wenden tot de Nationale ombudsman te Den Haag. Het voorval waarover wordt geklaagd mag niet langer dan één jaar geleden zijn. Alvorens een klacht door de Nationale ombudsman in behandeling wordt genomen, dient de student zich met zijn klacht eerst tot de instantie te wenden waarover hij een klacht heeft. In geval de TU/e een klachtenregeling heeft opgesteld (b.v. de regeling seksuele intimidatie) dient eerst deze procedure te worden gevolgd.

Niet alle klachten worden door de Nationale ombudsman in behandeling genomen. Bijvoorbeeld zaken die kunnen of konden worden voorgelegd aan het CBE of het CBHO worden niet door de Nationale ombudsman in behandeling genomen. Een klacht die in behandeling wordt genomen kan leiden tot een onderzoek dat wordt afgesloten met een schriftelijk rapport waarin eventueel aanbevelingen worden gedaan. De TU/e is niet verplicht deze aanbevelingen te volgen.

Nadere informatie over rechtsbescherming

Wet- en regelgeving:

  • Hoofdstuk 7 titel 4 WHW
  • Hoofdstuk 6, 7, 8 en 9 Awb

Inlichtingen bij:

  • CBE: mr. A.D. van Eggelen, secretaris, tel. (040) (247) 22 11
  • GAC (geschillenadviescommissie): mr. A.D. van Eggelen, tel (040) (247) 2211
  • klachten van studenten op basis van de gedragscode psychosociale arbeidsbelasting of klachten over (seksuele) intimidatie, agressie en geweld, discriminatie en werkdruk: vertrouwenspersonen: mw. M.M. van den Bosch-Doreleijers (040) (247) 34 75, mw. drs. J.M. Beenhakker (040)(247) 4535
  • klachtenregeling Nationale Ombudsman: tel. (070) 356 35 63 

Nadere informatie over procedures CBE en CBHO

Wetgeving:

  • Hoofdstuk 7 titel 4 WHW

Inlichtingen bij: 

  • algemeen: Juridische Zaken, tel. (040) (247) 22 11
  • procedure CBE, mr. A.D. van Eggelen, secretaris CBE, tel. (040) (247) 22 11
  • procedure bezwaarschriften: mr. A.D. van Eggelen, tel (040) (247) 22 11
  • procedure CBHO: secretariaat CBHO, tel. (070) 381 30 44
  • individueel klachtrecht studenten: klachtenfunctionaris ESA, tel. (040)(247) 47 47. 

Voorts kan voor informatie over diverse aspecten van rechtsbescherming en voor concrete rechtshulp contact worden opgenomen met: